| Hein van Iersel,
woensdag 20 mei 2026 |
 |
| 121 sec |
De stadsboom is de nieuwe Haarlemmerolie. Hittestress? Meer bomen. Biodiversiteit onder druk? Meer bomen. Wateroverlast? Meer bomen. Fijnstof? Meer bomen. Vrijwel iedere stedelijke opgave eindigt tegenwoordig met een beleidsstuk waarin ergens een ambitieus bomenplan opduikt. De duizend bomen van gemeente X, de tienduizend bomen van gemeente Y. En liefst ook nog inheems, klimaatbestendig, biodivers, niet-allergeen, droogte- en vochttolerant, met een slank profiel én ook nog eens geschikt voor een kleine groeiplaats.
 |
De vraag is alleen: overvragen wij de boom hier niet? Vooral omdat er in de praktijk een flinke kloof gaapt tussen ambitie en uitvoering. We willen veel, maar realiseren eigenlijk maar weinig. Dat blijkt niet alleen uit de dagelijkse praktijk van beheerders, maar ook uit een analyse van de G4-rekenkamers. Gemeenten formuleren ambitieuze doelen op het gebied van groen, maar koppelen daar lang niet altijd voldoende budget, beheer of ruimte aan. Bomen en groen worden zo vaak het sluitstuk van gebiedsontwikkeling. Eerst de woningen, de parkeerplaatsen en de kabels. Daarna kijken we nog wel of er ergens een boom tussen gepropt kan worden. Ondertussen stapelen de ambities zich op. Een boom moet inheems zijn, toekomstbestendig, moet bijdragen aan biodiversiteit en zowel tegen droogte als wateroverlast kunnen. Maar de praktijk is weerbarstig en dat allemaal aan die ene boom vragen, is niet erg realistisch. Uit een enquête van Boomzorg in deze editie blijkt dat professionals een realistische visie hebben op dit onderwerp. En bijvoorbeeld groeiplaats en beheer belangrijker vinden dan grote woorden en beleidsambities. Dat klinkt misschien wat saaier dan een bomenvisie vol ambitieuze doelstellingen, maar het heeft één voordeel: bomen overleven er vaker door.
|
|
Dat klinkt misschien wat saaier dan een bomenvisie vol ambitieuze doelstellingen, maar het heeft één voordeel: bomen overleven er vaker door.
| |
|
Ik heb een heel wijze jongste dochter. Als zij mij iets vraagt, zegt ze er vaak bij: 'Nee is ook een antwoord.' Daar zit misschien wel meer wijsheid in dan we denken. Boombeheerders hebben - net als helaas deze stukjesschrijver - namelijk nogal eens last van het pleaser-syndroom. Er wordt geroepen om meer bomen en wij gaan als blije hondjes kwispelend aan het werk. Terwijl 'nee' soms gewoon het beste en vooral ook het eerlijkste antwoord is. Zeker als er geen geld, geen tijd en geen projectruimte tegenover staan. Misschien is een nog beter antwoord: 'Voor nu ff niet, maar een volgende keer doe ik graag mee. Maar dan wil ik wel vanaf de eerste schets aan tafel zitten. Dan wil ik meepraten over idee, aanleg, beheer, budgetten en ruimte onder én boven de grond.'
|
|
Misschien moeten we de boom niet langer behandelen als Haarlemmerolie, maar gewoon als een levend organisme dat alleen kan presteren als wij de juiste keuzes maken.
| |
|
Meepraten is trouwens niet gratuit. Als je aan tafel zit, moet je ook iets inbrengen en op dat gebied kunnen boombeheerders ook wel eens de hand in eigen boezem steken. En de industrie eigenlijk ook. Gewoon maar eens een voorbeeldje: Het is opvallend en eigenlijk ook triest hoe weinig bestaande kennis over ziekteresistentie van bomen daadwerkelijk wordt benut en aankomt op de werkvloer. Fraxinus excelsior 'Diversifolia' en 'Geesink' zijn volgens onderzoek de beste cultivars voor essentaksterfte, maar opdrachtgevers en boomkwekers blijven hardnekkig vasthouden aan het bekende sortiment. Nieuwe soorten en selecties vinden maar heel langzaam hun weg naar de praktijk. Er bestaan echt bomen die bijvoorbeeld één week water in een wadi kunnen overleven, maar die kennis komt meestal niet aan op de werkvloer en ik vraag me ook wel eens af of kwekers op dit gebied altijd helemaal up-to-date zijn. Misschien moeten we de boom niet langer behandelen als Haarlemmerolie, maar gewoon als een levend organisme dat alleen kan presteren als wij de juiste keuzes maken.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
|
 |
|
Tinka Chabot Tinka Chabot | eigenaar
donderdag 21 mei 2026 |
|
Wat ben ik blij met dit verhaal. Zo is het. Bomen worden op dit moment heilig verklaard en hoe meer bomen hoe meer biodiversiteit is het idee. Alleen dat klopt dus niet. Je zegt het precies goed. Hier moet veel publiciteit aan gegeven worden. Succes. |
|
|
|
 |
|
Erwin van Herwijnen Erwin van Herwijnen | adviseur
donderdag 21 mei 2026 |
|
Het klopt dat bomen momenteel “hot” zijn en dat we onze steden willen vergroenen. Maar alleen het aantal bomen verhogen is niet voldoende om de stad daadwerkelijk te verkoelen of de biodiversiteit te vergroten. Het draait vooral om de omstandigheden waarin bomen worden geplant en hoe ze vervolgens worden beheerd. Hoewel het gebruik van inheems plantmateriaal vaak als vanzelfsprekend wordt gezien, verandert het klimaat snel, zeker in stedelijke omgevingen. Daardoor is het niet altijd de beste keuze om uitsluitend vast te houden aan inheemse soorten. We zullen moeten meebewegen met deze veranderingen, wat ook betekent dat we kritisch moeten kijken naar het sortiment. Als we dat niet doen, lopen we in de nabije toekomst vast. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat boomsoorten die ecologisch misschien minder waarde toevoegen, wél een grote bijdrage kunnen leveren als klimaatboom, bijvoorbeeld door verkoeling en verduurzaming van de stedelijke omgeving. Er is echter één factor die doorslaggevend blijft voor het succes van elke boomaanplant: de standplaats. Soms betekent dit aanplant in de volle grond met de juiste bodemvoorbereiding, en soms zijn technische oplossingen nodig om de boom goed te integreren in een complexe stedelijke omgeving. Elke standplaats kent zijn eigen uitdagingen. Daarom is het essentieel om per project de juiste expertise bij elkaar te brengen. Alleen met een integrale benadering waarin ontwerp, techniek, beheer en ecologie samenkomen. Kunnen we de stad echt kwalitatief vergroenen. |
|
|
|