Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

De puntjes op de iep zetten: modern iepenbeheer anno 2026

NIEUWS
BODEM & BODEMBIOLOGIE
Facebook Linkedin Whatsapp
Hein van Iersel, vrijdag 20 februari 2026
190 sec


Volgens Gauke Dam is het beheer van iepen in Nederland structureel niet op orde. Friesland en Amsterdam vormen daarop de uitzondering. Daar wordt al jarenlang consequent gewerkt aan inspectie, sanering en samenwerking. Dam, projectleider van de Stichting Iepenwacht Fryslân (SIF), pleit daarom voor een collectieve aanpak met alle gemeenten aan boord. Alleen met langdurig en gezamenlijk beheer blijft iepziekte beheersbaar en behoudt de iep perspectief.

Archieffoto:  Saneren van een aangetaste iep in een singel
Archieffoto: Saneren van een aangetaste iep in een singel

De aanleiding voor het gesprek met Dam is een artikel van collega-iepoloog Ronnie Nijboer van Noordplant in Boomzorg 5 2025, waarin hij wijst op een toenemende iepziektedruk door klimaatverandering en pleit voor terughoudendheid bij de toepassing van halfresistente iepen. Dam herkent de analyse van Nijboer, maar mist in het verhaal één essentieel element: de uitvoering. 'Goede rassen zijn belangrijk, maar zonder goed sanitair beleid red je het niet,' zegt hij. 'Resistentie alleen is niet de oplossing.'
Volgens Dam is het beeld dat iepziekte vooral een genetisch of veredelingsvraagstuk is, te eenzijdig. In de praktijk wordt de ziektedruk vooral bepaald door hoe snel besmette bomen worden opgespoord en verwijderd. 'Je kunt de beste klonen planten, maar als je zieke bomen laat staan, blijven ze een bron van besmetting.'


Goede iepen cultivars zijn belangrijk, maar zonder goed sanitair beleid red je het niet.

Friesland als collectief

In Friesland wordt de iepziekte al decennia collectief aangepakt. Alle gemeenten en andere organisaties zijn aangesloten bij de SIF en hanteren dezelfde aanpak. Inspecteurs rijden minimaal twee keer per groeiseizoen langs alle bekende iepenlocaties. Wordt iepziekte vastgesteld, dan wordt de aangetaste boom direct verwijderd. Uitdaging daarbij is dat een groot deel van de Friese iepen voorkomt in brede singels met veel veldiep ( Ulmus minor ). 'Die kun je niet allemaal rooien,' zegt Dam. 'Wat wij doen, is de aangetaste vierkante meter weghalen, met een buffer eromheen. Zo houd je het beheersbaar.' Deze aanpak vraagt vooral discipline en continuïteit. 'Zodra je verslapt, loopt het uit de hand. Dat hebben we in het verleden gezien, ook buiten Friesland.'


Archiefbeeld Gauke Dam

Oproleffect en wortelcontact

Een complicerende factor bij iepenbeheer is het wortelcontact. Iepen groeien vaak in elkaar, vooral in oudere laan- en singelbeplantingen. Daardoor kan de ziekte zich ondergronds verspreiden. 'Dan krijg je het oproleffect,' legt Dam uit. 'Die ene boom wordt ziek en de buurman volgt.'
Vroeger kon je dit effect in singels oplossen door de stobben in te smeren met Roundup, maar dit is niet meer toegestaan. Daardoor is de afhankelijkheid van snelle detectie alleen maar groter geworden. 'Je moet er vroeg bij zijn. Hoe eerder je ingrijpt, hoe kleiner het risico op verdere verspreiding.'


Klimaat en buurgemeenten

Net als Nijboer wijst Dam op het effect van klimaatverandering. Het groeiseizoen wordt langer en ook het vliegseizoen van de iepenspintkever schuift op. 'We zien dat de iepziekte de laatste jaren weer toeneemt, ook in Friesland,' zegt hij. 'Dat is geen toeval.'
Een extra probleem ontstaat wanneer buurgemeenten hun beheer niet op orde hebben. Iepenspintkevers trekken zich niets aan van gemeentegrenzen. 'Als een gemeente niets doet, komen er miljoenen kevers vrij. Die waaien met de zuid- en westenwind zo Friesland in,' aldus Dam. In het zuiden van de provincie leidt dat inmiddels tot extra inspectierondes.


Derde inspectieronde

Daarom overweegt de SIF, net als Nijboer voorstelt, een derde inspectieronde in het najaar. Probleem is wel dat de symptomen dan lastiger zichtbaar zijn door herfstverkleuring. 'Maar we gaan dat toch doen,' zegt Dam. 'Je moet kort op de bal zitten.'


Kosten en baten

Collectief beheer kost geld, maar volgens Dam is het alternatief duurder. De SIF werkt met een jaarlijkse begroting van circa 3,5 ton en bestrijkt daarmee vrijwel heel Friesland. Ter vergelijking noemt hij gemeenten elders in het land die meer uitgeven voor een veel kleiner areaal, zonder de ziekte onder controle te krijgen.
Historisch onderzoek onderbouwt dat beeld. In een rapport voor de SIF stelt boomonderzoeker Jitze Kopinga dat stoppen of afschalen van de bestrijding leidt tot een snelle toename van de aantasting en uiteindelijk hogere kosten. Niet bestrijden is op termijn aanzienlijk duurder dan volhouden.
Dat blijkt ook uit de Friese praktijk. Nadat de iepziekte beheersbaar werd, daalden de bijdragen voor deelnemers fors. 'In 2018 konden we bijna 50 procent korting geven,' zegt Dam. 'Dat laat zien dat investeren loont, mits je het samen doet.'


Aanplant en menging

Wat betekent dit voor de toekomst van de iep? Dam pleit niet tegen aanplant van nieuwe, beter resistente rassen, maar wel voor realisme. 'Ook minder vatbare soorten kunnen ziek worden als de druk hoog genoeg is.' Daarom adviseert hij om iepen altijd te mengen met andere boomsoorten en geen grote monoculturen aan te leggen. Dat geldt ook voor fladderiep ( Ulmus laevis) en andere soorten met een goede veldresistentie. 'Ze zijn niet immuun. Behoedzaamheid blijft nodig.'


Jitze Kopinga

Boomonderzoeker Jitze Kopinga verwoordde het al scherp in zijn rapport over iepziektebestrijding in Friesland. Hij waarschuwt expliciet tegen verslappen of half werk:
'De iepziekte blijft door onvoldoende mogelijkheden van curatieve bestrijding en door de moeilijkheid van volkomen effectieve opruimingsmaatregelen vele ontsnappingskansen houden. Daarom wordt de ziekte als blijvend bedreigend beschouwd in gebieden met niet tot weinig resistentie en is voortdurend zorg nodig voor instandhouding van het iepenbestand door een doeltreffend sanitair beleid en een doordachte aanplant van resistente variëteiten.'
Volgens Kopinga is regionale samenwerking daarbij geen luxe, maar een randvoorwaarde. Gemeenten die de bestrijding laten versloffen vergroten de infectiedruk voor hun omgeving, met hogere kosten en extra uitval als gevolg. Dat maakt een collectieve en volgehouden aanpak volgens hem niet alleen effectiever, maar op termijn ook goedkoper.


Zolang alle kikkers in de kruiwagen blijven zitten, werkt het.

It giet oan

De boodschap van Dam is nuchter en consequent. Beheersing is mogelijk, maar alleen als alle schakels meedoen. 'Het is geen project van vijf jaar, maar van de lange adem,' zegt hij. 'Zolang alle kikkers in de kruiwagen blijven zitten, werkt het.'


LEES OOK

Noordplant
Stichting Iepenwacht Frie...
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER