'De ondergrond is het vergeten kindje van de boom' |
|
|
|
|
 |
| 165 sec |
Ommetje door Dongen met Peter van Laarhoven
Wie met Peter van Laarhoven door Dongen rijdt, krijgt niet alleen een rondleiding langs de mooiste bomen. Minstens zo vaak wijst hij naar de grond. Daar, onder de grond, begint volgens de coördinator en adviseur boomverzorging van de gemeente Dongen de gezondheid van iedere boom. 'Bovengronds zien we alles. Maar ondergronds gebeurt juist het belangrijkste.'
| Peter van Laarhoven bij zijn favoriete boom in Dongen: de mammoetboom |
Na 25 jaar bij de gemeente kent Van Laarhoven vrijwel iedere boom. Hij begon in 2002 in de boomploeg en groeide door naar coördinator en adviseur. Als ETW'er en ETT'er combineert hij praktijk en beleid. Twee dagen per week adviseert hij over bomen, de andere dagen werkt hij samen met de bomenploeg aan snoei, aanplant, groeiplaatsverbetering en boomveiligheid. Die praktijkervaring blijft voor hem de basis. 'Ik heb mijn ETT-certificaat echt door praktijkervaring gehaald.'
Groeiplaats eerst, boom daarna
Tijdens het ommetje komt één onderwerp steeds terug: de bodem. Volgens Van Laarhoven krijgt die nog te weinig aandacht. 'We zijn heel bewust bezig met de kwaliteit van bomen. En met kwaliteit bedoel ik vooral groeiplaatsen. Bovengronds hebben bomen het vaak prima, maar ondergronds wordt heel snel vergeten.'
De gemeente werkt steeds vaker zelf aan groeiplaatsverbetering. Met een airspade wordt de verdichte bodem losgemaakt, waarna onder meer wormencompost wordt ingewerkt. Door het werk zelf uit te voeren kan Dongen meer bomen behandelen binnen hetzelfde budget, waar de gemeente het werk eerst uitbesteedde. 'Als we het zelf doen, hoeven we eigenlijk alleen de machine te huren. Daardoor kunnen we veel meer groeiplaatsverbeteringen uitvoeren.'
En dat werpt zijn vruchten af, merkt Van Laarhoven. Een berk die jarenlang in de zomer vroeg bruin kleurde, blijft sinds de bodemverbetering opvallend groen. Toch waarschuwt hij voor te veel enthousiasme. 'Je moet niet in één keer alles perfect willen maken. Een boom moet ook rustig kunnen herstellen.'
Natuur als bondgenoot
Boombeheer gaat in de gemeente Dongen, en ook voor Van Laarhoven, verder dan bomen alleen. Dood hout blijft waar mogelijk liggen, blad mag verteren en boomstammen krijgen een tweede leven als natuurlijke bescherming van groeiplaatsen. Vrijwel alle stammen van gekapte gemeentebomen blijven daarom binnen Dongen. 'Het is eigenlijk een natuurlijke haag,' legt Van Laarhoven uit. 'Je hebt er nauwelijks onderhoud aan en je beschermt meteen de groeiplaats tegen maaimachines.' Ook zorgt de natuurlijke afzetting voor meer ruimte voor insecten en bodemleven.
Ook bij de eikenprocessierups kiest Dongen al jaren voor een natuurlijke aanpak. Sinds 2020 werkt de gemeente met de vlinderfilterkasten van Storix. De vlinders blijven opgesloten, terwijl natuurlijke vijanden wel kunnen ontsnappen. Ook is de gemeente compleet gestopt met chemische bestrijding tegen de eikenprocessierups. 'We zijn een van de eerste gemeenten die helemaal niet meer spuit.'
 | | Een van de plekken waar boomstammen een tweede leven krijgen in Dongen |
|
|
Ontwerpen om bestaande bomen heen
Bij een van de oudste bomen van de gemeente, een monumentale Oriëntaalse plataan uit vermoedelijk het midden van de negentiende eeuw, vertelt Van Laarhoven hoe lastig boombehoud soms is. Niet de boom zelf vormt vaak het probleem, maar de plannen eromheen. Volgens hem worden bomen nog te vaak gezien als een stip op een tekening. 'Dat stipje is geen boom. Als je een tekening gaat maken, moet je eigenlijk van bovenaf met satellieten de kroon intekenen. Dan zet je nooit meer een gebouw in een boomkroon.' Ook bij reconstructies ziet hij nog veel winst. Wortels krijgen niet altijd de ruimte die ze nodig hebben en nieuwe bebouwing komt soms te dicht op bestaande bomen. 'We zeggen allemaal dat we moeten vergroenen. Maar als er gebouwd wordt, is de nieuwbouw vaak toch belangrijker dan het groen.'
Kwaliteit boven aantallen
Bij herplant kijkt Dongen daarom niet alleen naar aantallen. Een boom terug voor iedere gekapte boom is volgens Van Laarhoven niet altijd de beste oplossing. 'Als je geen goede groeiplaats kunt maken, plant je een boom die misschien twintig jaar iets doet en daarna alweer achteruitgaat.' Liever investeert hij in minder bomen die wel oud kunnen worden. Ook de soortkeuze verandert. Eenzijdige lanen maken plaats voor meer variatie, zodat het bomenbestand minder kwetsbaar wordt voor ziekten en plagen. Daarbij probeert de gemeente ook inwoners mee te nemen. Niet iedereen is direct enthousiast over ruiger gras, boomstammen of meer dood hout. 'Mensen moeten eraan wennen. Sommigen vinden een strak gazon nog steeds mooier. Dan leg je uit waarom we het anders doen. Vaak begrijpen ze het dan wel.'
|
|
'Als iets beter werkt dan wat je altijd deed, waarom zou je het dan niet proberen?'
| |
|
Passie voor het vak
Opvallend genoeg lag Van Laarhovens toekomst niet altijd tussen de bomen. Hij begon op de landbouwschool en wilde eigenlijk de techniek in. Zijn weg richting het boombeheer vond hij door eerst ervaring op te doen in de boomkwekerijsector. Leren doet hij nog steeds het liefst in de praktijk. Die nieuwsgierigheid zie je terug tijdens het hele ommetje. Of het nu gaat over bodemleven, insecten, oude platanen of de invloed van droogte: overal ziet hij verbanden. 'Je moet interesse blijven houden in nieuwe inzichten. Niet alles hoef je over te nemen, maar als iets beter werkt dan wat je altijd deed, waarom zou je het dan niet proberen?'
| Storix Boom- & Landschaps... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
 |
| Dit is een premium artikel |
Artikelen op de NWST sites zijn gratis en zullen altijd gratis blijven.
Voor de meest recente artikelen heb je een account nodig om verder te lezen.
Klik hier om te registeren of in te loggen.
|
|